membre du passiflora:  

PERSONENKRAFTWAGEN

 

Übersicht von alle Renault Personenkraftwagen

     
   
 
folgen Sie uns auf:

Renaultoloog

Homepage

Der Renaultoloog

Nachrichtenbrief

Renaultfahrer

Treffen & Veranstaltungen
Festival 2012
Festival 2014
Clubs & Hobbyisten
Club Nachrichten
Miniatura

Modellbau

Miniaturen

Sammeln

Online Shop

Renault - Produkte

Renault Nachrichten

Historie

Personenkraftwagen

Lastkraftwagen

Personenbeförderung

Landmaschinen

Schienenfahrzeuge

Luftverkehr

2-& 3-Räder

Schifffahrt

Militärfahrzeuge

Prototypen

Studie Zeichnungen

Renault - Rennsport

Formel 1

Paris-Dakar

Truckrennen

Tourenwagen

Pokalrennen

Formel & GP's

Rallye

Rekordwagen

Übrige Sporten

Renault - übrige

Besondere Renaults

Extrem-Tuning

Betriebe

Firmenzeichen & Erscheinungsbild

Werbung

Sicherheit

Umwelt

Daten & Fakten

Zusammenarbeit

Filme & Serien

Pokalschrank

Links

Links

Losange Magazine
Renault "R-serie"
Festival Fotoalbum
Fotoalbum

Contact

E-mail

Gästebuch
Forum

Übrige

Inserieren

Quellenangabe

Impressum

Vielen Dank!
Offizielle Partner:
Renault dealer Janssen
 
Nebim B.V.
 
Dijkstra & Langeweg, Rutten
 

Dé site met AL het Renault nieuws!

Hier inserieren?

Mail an: Renaultoloog oder hier anklicken für weitere Infos

 

 

Louis Renault begann 1898 mit dem Bau seines ersten Autos. Am Heiligabend 1898 fuhr er eine Demonstrationsfahrt durch Paris mit seinem selbstgebauten „Auto“. Diese voiturette war ausgestattet mit einem De Dion Motor (273cc, 1,75 PS, 1 Zylinder) und einen durch ihn selbst angepassten Getriebekasten von Emile Levassor, versehen mit einem „prise direct“ system (mechanischer Eingriff, wodurch der Motor im höchsten Gang direkt in die Transmission schalten kann ohne Einwirkung eines Zahnradkasten). Diese voiturette wurde Grundlage einer ganzen Epoche. Über die Jahre sehen wir bei den Renault PKW eine große Varianz an Modellen. In dieser Einheit gebe ich eine Übersicht über die verschiedenen Typen, Ausführungen, Jahrgänge und Bezeichnungen der Autos. Leider ist es mir (noch) unmöglich, wirklich alle Typen vorzustellen, aber die Mehrzahl der Modelle kommt in dieser Rubrik sicherlich vor. Renault stellt seit mehr als 100 Jahren Autos her. Man kann das Jahrhundert einteilen in Perioden, in denen erkennbar sortengleiche Modelle verkauft wurden. Und etwas anderes wird bei Durchgehen der Zeitzonen deutlich: Man erkennt, dass die Autos eine bestimmte Zeit widerspiegeln. Reisen Sie mit durch die Zeit...


1898-1919

De beginjaren van Renault stonden vooral in het teken van de autosport. Veel successen werden er geboekt met diverse langeafstandsraces. Deze successen werden weer gebruikt in advertenties en zodoende  verkocht Renault veel auto's van de diverse typen. Tot 1904 gebruikte men 1 cilinder De Dion en Aster motoren. Typisch uiterlijk kenmerk van de Renaults was de plaats van de radiateurs. Deze zaten opzij van de motorkap, achter de motor. Hierdoor hadden de Renaults een kenmerkende motorkap (met benamingen als kaasstolp of alligator) die op sommige modellen tot 1929 nog te zien was. Vanaf 1904 komt Renault met eigen motoren. Vanaf 1905 komen er modellen met 2 en 4 cilinders. Renault is dan een bloeiend bedrijf. De motorvermogens stegen, topsnelheden gingen omhoog en de kwaliteit en het comfort van de auto's werd steeds beter. Van begin af aan hebben alle Renaults een typenaam aanduiding uitgedrukt in letters. In de loop der jaren ontstond er een groot en bijna verwarrend programma. De lettercode zei alleen iets over het chassis en de gebruikte techniek. Renault maakte alleen het chassis, de motor, de ophanging  en de motorkap werden. Met ingang van 1908 stelt Renault orde op zaken, er wordt begonnen met serieproductie beginnende met type AX. In de basis lijken alle Renaults op elkaar maar een typenaam met steeds andere letters gingen naar elke auto met een andere chassis-, koetswerk- en motorvariant. Vanaf 1912 beschikt Renault over een eigen carrosserie werkplaats maar tot 1920 werden diverse carrosserieën ook gemaakt door verschillende fabrikanten. Tijdens de eerste wereldoorlog produceert Renault ook tanks en vliegtuigmotoren.

1898 Voiturette

1899 type A

1900 type B

1900 type C

1900 type D

1901 type G

1901 type H

1901 type J

1903  type L , type M

1903 type NA/NB/S

1903 type NC/Q/UA

1903 type P

1903 type R 1904 type T

1904 type  UB

1904  type UC

1904 type UD

1905 type YA

1905 type ZA 1905 type V/VA/VB/VC/AS

1905 type XA

1905 type ABA

1905 type ABB

1905 type XB

1905  type XC

1905 type AE

1905 type AF

1905 type AH/AM

1905 type X/X1

1905 type Y

1906 type AI

1906 type CF

1906 type DQ/type ET

1907 type AI35

1907 type AI45

1907 type AI sport/type CT

1907 type AT

1907 type BF

1907 type CG

1907 type CI

1908 type AG1

1908 type AX

1908 type AR

1909 type AS

1909 type AZ/ type BZ

1909 type JR

1909 type V1

1909 type CB

1909 type BH

1910 type BK

1910 type BX

1910 type BY

1910 type BM/BF/CD

1911 type AG1

1911 type CC/type DJ

1911 type CE

1911 type CG

1911 type CQ/type DM

1911 type Y-2-2

1912 type CF

1912 type CQ

1913 type CE

1913 type DG

1913 type EK

1913 type DO/EE

1913 type DP

1913  type DT

1913 type ES

1913 type HD

1914 type JM

1914 type HG

1914 type ED/FS

1914 type EF

1914 type EJ

1919 type EU

1919 type EU1

1919 type FE


1920-1939

Na de eerste wereldoorlog kwam er bij Renault een nieuwe golf aan modellen. De nieuwe generatie auto's kreeg mooiere lijnen, werd uitgerust met elektronische onderdelen, remmen op alle 4 de wielen en de echte serieproductie kwam op gang. Een van de topmodellen uit die tijd was de 40cv uit 1923. Hij zag eruit als een indrukwekkende torpedo-jager, had een 6-cilinder 40 pk motor en een top van 130 km/h. Kenmerkend voor deze periode was ook de heftige concurrentie met André Citroën. Om kopers naar zich toe te trekken antwoorden beide fabrikanten om en om met nieuwe modellen. Renaults uit die tijd hadden als typenaam aanduiding een letter combinatie soms aangevuld met een cijfer. Voorbeelden zijn o.a. type NN, type KJ, type MT, type KZ2 enz. Renault was in die tijd een ontzettend conservatieve autobouwer. Ontwikkelingen en verbeteringen duurden ontzettend lang en er werd lang voortgeborduurd op bestaande auto's. In de loop de jaren stegen de motorvermogens (leverbaar waren 4-en 6-cilindermotoren), de oude "kaasstolp"-motorkap verdween vanaf 1929 omdat de radiateur nu naar de voorzijde van de motor verhuisde. Typerend voor de jaren '30 was dat Louis Renault Ford en Chrysler als voorbeeld gebruikte bij het ontwerpen van zijn auto's. Ook ontstond de rage van "gestroomlijnde" modellen en zodoende kwamen er elegantere modellen op het toneel en verdwenen de spaakwielen. Van toen af aan kregen de modellen ook een naam als typeaanduiding zoals o.a. Vivastella en Primaquatre.  Naast Citroën kwam er nog meer concurrentie om de hoek kijken. Merken als Peugeot, Simca en Fiat wilden profiteren van de groeiende markt voor automobielen. In 1939 komt Renault met hun nieuwste topmodel, de Suprastella. Een 8 cilinder met 110pk en een top van 130km/h maken van deze auto een echte supercar (voor die tijd). Hij werd neergezet als zijnde een presidentiële wagen bestemd voor hoogwaardigheidsbekleders en grootindustriëlen. Een eind aan de vooruitgang kwam er na het uitbreken van de 2e wereldoorlog, waar Renault wederom een groot aandeel in had aan de kant van de geallieerden.

1920 type GR

1920 type GS

1920 type IG

1921 type MC

1921 type HF/IR/JD

1921 type HG

1921 type IQ

1922 type KZ

1922 type MT

1922 type NN

1922 type JS

1922 type JP

1922 type JM

1922 type II

1923 type JT

1923 type KR

1923 type JV1

1923 type MC

1923 type MT

1923 type JY Torpedo Skiff

 

1923 type KJ

1923 type KJ1

1923 type MG

 

1923 type NM

1925 type NN2

1925 type NO/NE

1926 Vivasix PG/PL

1926 Vivastella PG/PG1

1927 Vivastella PG2

1927  type RA

1927 type KZ1/2/3

1927 type NM

1927 type PI/PZ

1928 Vivasix PG2

1928 type NN1/NN2

1929 Monasix

1929 Reinastella RM

1929 Reinastella RM1

1929 Reinastella RM2

1929 Monastella RY1/2/3

1929 Monasix type SO

1930 type KZ4

1930 Nervastella TG

1930  Monastella

1930 Vivastella PG3/4

1930 Monasix RY

1930 Vivasix

1931 Vivasix KZ5

1931 Nervahuit  TG1

1931 Primaquatre KZ6/8

1931Reinastella Décapotable

1931 Reinastella

1931 Monaquatre UY

1932 Celtaquatre

1932 Nervasport TG5

1932 Primaquatre KZ8

1932 Vivaquatre KZ6

1932 Vivaquatre KZ7

1932 Primastella PG

1932 Monastella RY4

1932 Nervastella TG2/4

1932 Reinastella RM2/3/4

1932 Reinasport PG5

1932 Vivastella PG5/7

1933 Monasix

1933 Monaquatre UY1/YN1

1933 Primastella coach découvrable

1933 Reinastella RM

1933 Primaquatre KZ10

1934 Celtaquatre ZR1/2

1934 Vivasport YZ4

1934 Monaquatre YN3

1934 Nervasport ZC2

  1934  Nervastella ZD2

1934  KZ14

1934 Primastella PG10

1934 Reinasport RM6

1934 Vivaquatre KZ17

1934  Primaquatre KZ18

1934 Vivasport YZ2

1934 Vivastella ZA2

1935 Nervasport ACN1

1935 Nerva Grand Sport ABM3

1935 Nervastella ACS1

1935 Nervastella Grand Sport

1935 Vivasport ACM1 Décapotable

1935 Vivastella Grand Sport

1935 Vivastella ACR1

1935 Vivasport ACM1

1935 Vivaquatre KZ23 

1935 Viva Grand Sport ACX1

1935 Suprastella

1935 Primaquatre KZ24

1935 Monaquatre YN4

1936 Celtaquatre ADC1/3

1936 Nervastella ABM4/6

1936 Primaquatre ACL1/2

1936 Viva Grand Sport ACX2/3

1936 Primaquatre BDF1/2/ BDS1

1936 Viva Grand Sport Coach Décapotable BDV1

1936 Viva Grand Sport BDV1 1936 Viva Grand Sport BCX1/2/3

1936 Vivaquatre ADL1/2

1936 Vivaquatre BDH1/2/3/4

1936 Vivastella ADB1/2/3/4/5/BDZ1

1937 Juvaquatre AEB4

1937 Celtastandard ADC2

1937 Vivasport BCT/BCY

1938 Juvaquatre Décapotable

1938 Novaquatre BDJ1

1939 Primaquatre Sport BDS2

 

   

1939 Suprastella ABM8

1939 Suprastella BDP1

   

1940-1959

Zware tijden breken aan; WOII is begonnen. Van Louis Renault wordt gezegd dat hij na 1940 samenwerkt met de Duitsers. Het was meer zo dat hij maar deed wat hem werd opgedragen om zo zijn fabriek en werknemers te sparen. Na elk bombardement werd de fabriek direct weer hersteld. Toch wordt Louis Renault vervolgd voor collaboratie. In september 1944 wordt hij opgepakt, gemarteld en hij overleed op 24 oktober 1944 op 67-jarige leeftijd. Na de oorlog wordt Renault een staatsbedrijf en krijgt de naam Régie Nationale  des Usines Renault. Pierre Lefaucheux (voormalig leider van het verzet) wordt het nieuwe hoofd bij Renault. Hij zet de eerste stap in de richting van een geautomatiseerde productie. Het was Louis Renault ten strengste verboden om ook maar iets te ontwikkelen op het gebied van auto's, maar toch werd er in het diepste geheim een nieuwe auto bedacht. Dit naar aanleiding van de Duitse KdF (Kraft durch Freude), de basis van de Volkswagen Kever, die Louis Renault had gezien. Dit was dé auto die Louis Renault al jaren had willen bouwen. In 1941 begon dus de ontwikkeling van de 4cv die begin 1946, net na de oorlog, werd gepresenteerd. Het was een auto die de vraag naar zuinige, comfortabele gezinsauto's bevredigde. Uiteindelijk zijn er ruim 1 miljoen van gemaakt. In 1950 verongelukt Lefaucheux en wordt Pierre Dreyfus zijn opvolger. Het modellen aanbod in de eerste 15 jaar na de oorlog is een stuk beperkter dan ervoor, maar wel een stuk overzichtelijker. De Renaults kregen weer namen als typeaanduiding, serieproductie was nu een standaard iets en miljoenen productieaantallen van een bepaald type waren geen uitzondering meer. Enkele andere legendarische Renaults uit de jaren '50 zijn o.a. de Dauphine, de Frégate (het laatste Renault model met de motor voorin) en de Floride.

De R-nummers (bestaan uit 4 cijfers)

Het eerste cijfer geeft aan wat voor soort voertuig het is: 1=auto, 2=bestelauto benzine, 3= tractor benzine, 4= bestelauto en vrachtauto diesel en 7=tractor diesel.

De overige cijfers geven aan welke uitvoering het is, aanduiding van de techniek (motor- en chassisvariant) en het soort remmen, radiateur en ophanging dat worden gebruikt.

1946 4cv

1946 Juvaquatre Dauphinoise

1948 4cv Découvrable

1950 Colorale

1950 Prairie

1951 Frégate

1955 Frégate

1955 Alpine A106

1956 Domaine

1956 Dauphine

1957 4cv

1958 Frégate Transfluide

1959 Caravelle

1959 Floride

1959 Frégate

1959 Manoir


1960-1989

Met de introductie van de Renault 4 in 1961 slaat Renault een geheel nieuwe weg in. Het is de basis van een zeer gevarieerde modellenreeks van auto's die ieder hun eigenschappen of innovaties hadden. Tot en met de Renault 19 wordt elk Renault model aangeduid met een cijfer (m.u.v. de Rodeo en de Fuego). Begin jaren '60 verschijnt een zekere Amédée Gordini op het toneel. Hij wordt zo'n beetje de huistuner van Renault. Hij maakt opgevoerde, sportieve modellen van enkele straatrenaults. Ook in de formule 1 sleutelt hij aan de diverse V6-motoren. Op de Renault 8 worden standaard 4 schijfremmen gemonteerd en is de de R14 de eerste Renault met een dwars voorin geplaatste motor. In 1978 sluit Renault een overeenkomst met AMC (American Motors Company), zodat de verkoop van Renaults in  Amerika kan beginnen. De R30 is de eerste naoorlogse 6-cilinder en de R20 is de eerste Renault auto die leverbaar is met een dieselmotor. De turbo wordt voor het eerst gezet op een motor van de Renault 5 en de Espace is de eerste Europese ruimtewagen. De jaren '80 verlopen rampzalig voor Renault vanwege heftige financiële verliezen, maar het tij keert als in 1988 de Renault 19 wordt geïntroduceerd. Hij zorgt ervoor dat het roestimago uit de jaren '70 en begin jaren '80 verdwijnt. Er worden auto's gebouwd vanuit een geheel andere filosofie: kwaliteit.

1960 Alpine coupé 2+2

1961 R4

1962 R3

1962 R8

1962 Caravelle

1962 Alpine A108

1963 Alpine A100 cabrio

1964 R8 Gordini

1965 R16

1966 Alpine A110

1966 Rambler

1967 R10

1967 Alpine A110 1300g

1968 R6

1968 R4

1968 R4 Plein Air

1969 R12

1969 Rodeo

1969 Alpine A110 1600

1969 R4 Fourgonnette

1970 R12 break

1970 R12 Gordini

1971 R15

1971 R17

1971 Alpine A310

1972 R5

1974 R7

1975 R4

1975 R4 F4

1975 R4 F6

1975 Rodeo

1975 R15

1975 R17

1975 R20

1975 R30

1976 Le Car

1976 R14

1976 R5 Alpine

1976 Alpine A310

1978 R4  GTL

1978 R4 F4

1978 R18

1978 R18 break

1978 Le Car

1980 R5 turbo

1980 R14

1981 R9

1981 Fuego

1981 Rodeo

1981 R18i deluxe sedan

1981 R18i deluxe wagon

1982 Fuego racy

1983  R5 turbo 2

1983  R11

1983 Alliance

1984 Super 5

1984 R25

1984 Espace

1984 Encore 5

1984 Encore 15

1985 R5 GT Turbo

1985 Alpine GTA V6T

1985 Express

1985 Alliance convertible

1986 R21 sedan

1986 R21 Nevada

1986 R21 Turbo

1987 R5

1987 R5 GT Turbo

1987 R9

1987 R11

1987 Medallion sedan

1987 Medallion Break 1987 Premier

1988 R19

1988 R21 sedan

1988 R21 hatchback

1988 R21  Nevada

1988 R21 Turbo

1988 R25

1989 R19 Chamade

1989 R19 16v

1989 R19 16v Chamade

1989 R19 Cabrio


1990-1999

Vanaf begin jaren '90 worden de personenauto's gebouwd volgens een nieuwe management politiek: totale kwaliteit. Renault wil weer groeien en concurrerend worden, met name op internationaal niveau. Het gehele autoprogramma wordt dan ook vernieuwd en vooral verbeterd. Duidelijk merkbaar is dat er een geheel nieuwe weg is ingeslagen. De jaren '90 staan ook in het teken van de Concept Cars, diverse studie modellen worden gepresenteerd met typenamen die later terug komen in fabrieksmodellen. Vanaf de Clio hebben alle nieuwe Renaults voortaan weer een naam als typeaanduiding. Renault beschikt nu over een zeer groot assortiment met als grootste voorbeeld de Mégane-serie, hiervan zijn maar liefst 5 varianten verkrijgbaar. Zo slecht als het in de jaren '80 ging zo goed ging het dus in de jaren '90. Tot 2 keer toe behaalt Renault de titel "auto van het jaar". In 1991 met de Clio en in 1997 met de Mégane Scenic. In de jaren '90 was Renault zeer succesvol als motorenleverancier in de Formule 1 en dat vertaalde zich in goede verkoopcijfers. Ander nieuws was dat eind 1993 een fusie met Volvo op het laatste moment niet door gaat omdat de Zweedse aandeelhouders zich terug trekken.

1990 Clio

1990 Clio

1991 Express

1991 Espace

1991 Alpine A610

1992 R19 16v

1992 R19

1992 R19 Cabriolet

1992 Safrane

1992 Safrane Bi-turbo

1993 Twingo

1994 Clio Williams

1994 Laguna

1995 Express

1995 Laguna break

1996 Clio

1996 Clio

1996 Mégane hatchback

1996 Mégane sedan

1996 Mégane Coupe

1996 Mégane Scénic

1996 Safrane

1996 Sport Spider

1997 Espace

1997 Mégane cabriolet

1998 Clio

1998 Clio

1998 Grand Espace

1998 Kangoo

1998 Laguna

1998 Laguna break

1998 Twingo

1998 Clio Classic/Thalia

1999 Clio sport

1999 Mégane hatchback

1999 Mégane break

1999 Mégane cabriolet

1999 Mégane coupe

1999 Mégane Scénic

1999 Mégane classic

   

1999 Mégane Scénic RX4

1999 Clio V6

   

2000-Heute

Seit Renault durch eine völlige Kehrtwendung in den Neunzigern aus den Schwierigkeiten heraus kam., war die Zeit für Schritt zwei gekommen :  Abgrenzung von anderen Marken. Mit der Präsentation des Avantime wurde es deutlich, welchen Weg Renault im 21. Jahrhundert einschlagen wollte. Aufregendes und ausgefallenes Design sollte Standart werden, damit die Fahrzeuge von Renault deutlich erkennbar wären in dem Strom fast indentischer Fahrzeuge. Und es funktionierte ! Wir läuteten eine neue Ära ein mit völlig anderen Fahrzeugen. Sicherheit spielte eine wesentliche Rolle, daneben natürlich Qualität. Viele Renault Modelle bekamen mit 5 Sternen die höchste Auszeichnung im EuroNCap crash Test. Renault ist dabei, sich einen Platz unter den Top Verkäufern weltweit zu sichern. Aber das 21. Jahrhundert wird auch den Verkauf der Branchen LKW-, Bus- und Traktorenbau mit sich bringen an Volvo, Irisbus und Claas. Nur PKW, Lieferwagen und die Sparte Automobilrennsport werden bei Renault verbleiben.

2001 Avantime

2001 Clio

2001 Clio

2001 Kangoo 4x4

2001 Laguna

2001 Laguna Grand Tour

2002 Clio Classic/Thalia

2002 Clio v6

2002 Espace

2002 Grand Espace

2002 Mégane

2002 Mégane

2002 Vel Satis

2003 Kangoo

2003 Kangoo 4x4

2003 Mégane sedan

2003 Mégane CC

2003 Mégane Grand Tour

2003 Scénic

2004 Grand Scénic

2004  Mégane RS

2004 Modus

2005 Twingo

2005 Laguna

2005 Laguna Grand Tour

2005 Logan

2005 Vel Satis

2005 Clio

2005 Clio

2005 Kangoo

2006 Mégane

2006 Mégane

2006 Mégane Classic

2006 Mégane CC

2006 Mégane Break

2006 Espace

2006 Scénic

2006 Grand Scénic

2006 Clio/Thalia/Symbol

2007 Scénic Conquest

2007 Twingo

2007 Laguna

2007 Laguna Estate

2007 Sandero

2007 Kangoo

2007 Clio Grand Tour

2007 Modus

2007 Grand Modus

2008 Koleos

2008 Laguna GT

2008 Laguna GT Estate

2008 Thalia Symbol

2008 Safrane

2008 Kangoo Be Bop

2009 Mégane

2009 Mégane coupé

2009 Mégane Estate

2009 Scénic

2009 Grand Scénic

2009 Clio

2009 Clio GT

2009 Clio Estate

2009 Laguna coupé

2009 Fluence

2009 Sandero Stepway

2009 Mégane Renault Sport

2010 Twingo Gordini 2010 Wind
2010 Mégane CC 2010 Latitude 2011 Scala 2011 Duster
2011 Koleos 2011 Twingo 2012 Scénic 2012 Grand Scénic
2012 Pulse 2012 Grand Kangoo 2012 Espace 2012 Grand Espace
2012 Clio 2012 Scala 2012 Clio 2012 Fluence
2012 Symbol 2013 Captur 2013 Kangoo MAXI ZE 2013 Scénic
2013 Grand Scénic 2013 Scénic XMOD 2013 Clio Estate 2013 Kangoo
2013 ZOE 2013 Koleos 2013 Mégane Hatchback 2013 Mégane Coupé
2013 Mégane Estate 2013 Mégane RS 2013 Logan 2014 Twingo

 
     
       
   

©2004-2014 Renaultoloog - ©Tony Vos - ©Renault - ©Uitgeverij Atlas/Editions Rencontre